Eigenschappen van levende organismen

Cellen - Algemeen

METINGEN DEEL B

Vragen met gebruik van telbare en ontelbare zelfstandige voornaamwoorden.

Wanneer je een vraag stelt met telbare zn.:

Voorbeeld: Hoeveel kooien zijn er in de zee?
Antwoord: Er zijn enkele kooien in de zee.

Opdracht 3

Beantwoord de vragen.

Hoeveel dagen zijn er in een week?
Hoeveel voeder is er in de container?
Hoeveel letters zijn er in het Engelse alfabet?
Hoeveel letters zijn er in jouw alfabet?

Wanneer je een vraag stelt met ontelbare zelfstandige voornaamwoorden:
Voorbeeld: hoeveel water is er in de tank?
Antwoord: Er is geen water in de tank.


..................................................................
..................................................................
..................................................................
..................................................................
..................................................................
..................................................................
..................................................................
..................................................................

[vorige pagina]