Eigenschappen van levende organismen

Cellen - Algemeen

Iedere cel, van een plant of een dier, heeft een celmembraan . Binnen in de cel is er een geleiachtige substantie, het cytoplasma , waarin zich kleine structuren bevinden, namelijk de organellen . De meest duidelijke van deze organellen is de nucleus . De hele inhoud van de cel noemen we het protoplasma .

Alle plantencellen worden omringd door een celwand van cellulose. Dierlijke cellen hebben NOOIT celwanden van cellulose. Cellulose behoort tot een groep van verbindingen: de polysaccharides . Deze substanties vormen vezels die bescherming geven en de cel ondersteunen.

De celwand is een niet-levende laag van cellulose vezels. Ze is volledig doorlaatbaar voor waterige oplossingen en helpt om de vorm van de cel te behouden.

Alle cellen hebben een membraan dat de cel omgeeft, het celmembraan of plasmamembraan. In een plantencel is deze moeilijk te zien omdat hij volledig tegen de celwand aanligt. Hij is samengesteld uit een zeer dunne laag proteines en vetten .

De celmembraan is selectief doorlaatbaar en betrokken bij de osmose en de actieve opname van ionen en moleculen.

Cytoplasma is een heldere gelei. Het bestaat bijna volledig uit water, ongeveer 70% is water in vele cellen. Het bevat vele opgeloste stoffen, vooral proteines.

Een vacuole is een ruimte in een cel, omgeven door een membraan, die een oplossing bevat. plantencellen hebben grote vacuoles, die een oplossing van suikers en andere stoffen bevatten. Dierlijke cellen hebben veel kleinere vacuoles, die voedsel of water kunnen bevatten.

Het endoplasmatisch reticulum is netwerk van membranen in het cytoplasma, dat vetten en proteines maakt uit kleinere moleculen in de cel. Deze structuur wordt in alle cellen gevonden.

Het kernmembraan is een dubbele eenheidsmembraan, die een continuüm vormt met het endoplasmatisch reticulum.

Poriën in de kernmembraan laten de uitwisseling toe van materialen tussen de kern en het cytoplasma.

Chloroplasten worden NOOIT in dierlijke cellen aangetroffen, maar de meeste cellen in groene planten hebben ze. Ze bevatten een groen pigment, chlorophyll genoemd.

Chlorophyll absorbeert zonlicht en de energie van het zonlicht wordt dan gebruikt als voedsel voor de plant door fotosynthese.